Schapen & Geiten

Geschiedenis
Schapen en geiten zijn een van de eerste dieren die wij als mens hebben gedomestieerd en omgevormd tot nutsdier. Eeuwen geleden was het schaap het belangrijkste nutsdier. Men scheerde de wol, at het vlees en molk de schapen. de aanwezigheid van deze schaapskuddes heeft bijzondere soorten planten doen verschijnen zoals heide, en veel verschillende kruiden en bloemen, doordat men steeds in de zelfde terreinen de schapen liet grazen, ontwikkelde zich er onbewust bijzonder waardevolle vegetatie. Denk aan heide en andere soorten kruiden en bloemen. 's Avonds keerde de herder terug met zijn schapen en zette deze in een stal. De mest die hierbij vrijkwam werd gebruikt op de omliggende akkers. Doordat de meeste mest in de stal terecht kwam en niet in de natuurterreinen, zijn deze terreinen verschraald. Dit zorgt voor concurrentie onder soorten, waarbij er ruimte is voor de ontwikkeling van bijzondere soorten. Hiernaast zorgde het trekken met deze schaapskuddes ook voor verspreiding van zaden die door de mest en vacht werden verspreid. Door de komst van o.a. kunstmest verdwenen deze schaapskuddes uit ons landschap.

Effect van schapenbegrazing
Met schapenbegrazing kan men terreinen doelgericht beheren, doordat men kan wisselen in graasdruk. Deze wisselingen zorgen voor een enorme variatie aan hoge en lage vegetatie waar veel soorten van profiteren. Ook verspreiden schapen zaden met hun vacht en mest waardoor er uitwisseling ontstaat van soorten. Zo kunnen soorten zich verspreiden over meerdere terreinen. Schapen zijn een uitstekend middel om in te zetten op onbereikbare plaatsen. Denk aan zeer steile hellingen, onder bomen etc. Bij het begrazen in hellingen zorgen de vaste looppaadjes van de schapen voor opengetrapte steilwandjes die heel erg snel opwarmen en hierdoor een uitstekende nestelplaats zijn voor wilde bijen en andere insecten. Schapen zijn in staat een grasmat zeer kort te begrazen. Hierdoor opent de grasmat waarbij de kale plekjes iedeale kiemplaatsen zijn. Doordat de schapen de voedselarme stengels van kruiden en grassen niet eten blijven deze staan. Deze holle stengels zijn op hun beurt weer een ideale overwinteringsplek voor insecten.

Toepassing

Border Collies
Bij het verplaatsen van de schapen lopen wij indien mogelijk te voet over de openbare weg. Om dit goed te laten verlopen werken wij met Border Collies. Zij zorgen er samen met de herder voor dat de schapen veilig en wel op de plek van bestemming komen. Zij gaan dagelijks mee op pad en zijn niet weg te denken binnen ons bedrijf.
Onze schapen & geiten

Soay schaap
Onze Soay schapen zetten wij grotendeels in voor het jaarrond extensief begrazen van terreinen. Het is een ras dat oorspronkelijk is ontstaan op de soay eilanden. Deze dieren hebben zich volledig terug aangepast aan de natuur en kunnen leven in vrij zware omstandigheden. Zo zijn ze ook bijvoorbeeld zelf-ruiend, dus hoeven ze niet geschoren te worden. Het ras oogt erg natuurlijk en is ook moeilijk benaderbaar.

Mergelland schaap
Het Mergellandschaap vertoont een goed kuddegedrag en kan leven van een relatief sober rantsoen. Mergellandschapen doen het goed op kalkgraslanden en zijn gewend op steile hellingen te grazen. Ze worden vooral ingezet voor de begrazing op heuvelachtig terrein in Zuid-Limburg.

Kempisch heideschaap
Het Kempische heideschaap is een middelgroot schaap. Het behoort tot de grote heideschapen. Door de graasactiviteiten van – vooral – de grote aantallen schapen ontstonden in de loop der eeuwen uitgestrekte, vrijwel boomloze heidevelden met een heel bijzondere, en vaak kwetsbare flora en fauna. Parallel aan deze landschapsvorming ontwikkelde zich in de Kempen een type schaap dat specifiek was aangepast aan de schrale en vaak harde levensomstandigheden op de heide. Het Kempische heideschaap is dan ook een gehard ras. Het kan uitstekend toe met een schraal dieet van heide, hard gras en het onkruid dat na de graanoogst afgeweid werd op de akkers. Uiteraard is het Kempische heideschaap op zijn best bij de bestrijding van houtige gewassen zoals berk, els en lijsterbes. Zelfs brandnetels en akkerdistels worden aangepakt.

Schoonebeeker
De schoonebeeker vindt zijn oorsprong in Drenthe. Het is een ideaal ras om in te zetten voor het beheren van heideterreinen en andere schrale natuurdoeltypes. Zij kunnen zich uitstekend redden in schrale omstandigheden. Hun vele wol zorgt voor het transporteren van zaden tussen verschillende terreinen waardoor genetische uitwisseling van planten weer mogelijk is.

Nederlandse landgeit
In Nederland worden in een aantal gebieden geiten ingezet voor natuurbeheer. Geiten staan bekend als dieren die “alles” eten, maar hebben in tegenstelling tot schapen een sterkere voorkeur voor de houtachtige gewassen. Dit zorgt ervoor dat terreinen niet vol lopen met opslag, maar alles mooi open blijft.